Menu

Bunkers & Natuur

Tijdens de bezetting zijn er in een hoog tempo duizenden grote en kleine bunkers gebouwd als onderdeel van de Atlantikwall. Na de oorlog zijn deze verdedigingswerken snel in onbruik geraakt, gesloopt, onder het (duin) zand geschoven of anderszins aan hun lot overgelaten. Na verloop van tijd nam de natuur 'het beheer' van deze bunkers over.

Vleermuizen in bunkers

Vooral vleermuizen ontdekten de mogelijkheden die de bunkers boden om een vorstvrij en veilig winterverblijf te vinden. Doordat de meestal betonnen bouwwerken zich veelal onder de grond bevinden, zijn ze erg aantrekkelijk als paar- en overwinteringsplaats voor vleermuizen. Mannetjes en vrouwtjes vleermuizen 'ontmoeten' elkaar dan ook vaak in de bunkers.

Vleermuizen zijn de enige vliegende zoogdieren. Dankzij hun bijzondere levenswijze kunnen ze erg oud worden. Leeftijden van meer dan 30 jaar zijn geen uitzondering. In de winterperiode is er weinig voedsel te vinden voor deze insecteneters. Het is daarom van groot belang dat ze kunnen rekenen op ongestoorde overwinteringsplaatsen. Goed beheerde bunkers kunnen jarenlang als een veilige slaapplek dienen.

Van de circa 20 soorten zijn het vooral de watervleermuis, de meervleermuis, baardvleermuis en de gewone grootoorvleermuis die van bunkers en gangenstelsels gebruik maken. Het voor deze soorten belangrijk dat de locaties vanaf begin augustus tot medio mei ongestoord blijven (tijdens de winter- en paarperiode).

Een bunker moet aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • Binnen moet een gelijkmatig klimaat heersen. dat wil zeggen dat de bunker in de winter vorstvrij is.
  • Het moet er vochtig zijn, zodat de vleermuizen niet uitdrogen.
  • Eventuele roofdieren mogen geen toegang hebben.
  • Geen verstoring door mensen.

Het behoud van cultuur-historisch waardevolle bunkers gaat perfect samen met het behoud én uitbreiding van overwinteringsplekken voor vleermuizen, amfibieën en insecten. Wil je meer weten over vleermuizen? Kijk dan ook eens op vleermuis.net en of zwgzh.nl.