Menu

Atlantikwall

Het ontstaan van de Atlantikwall

Al in 1940 begonnen de Duitsers met de bouw van kustbatterijen langs de Westeuropese kust. Van een Atlantikwall, of Neue Westwall zoals de linie eerst werd genoemd, was toen nog geen sprake. De batterijen waren vooral bedoeld om de toegang tot belangrijke havens te verdedigen. In Nederland waren dat IJmuiden, Rotterdam en Vlissingen. Omstreeks die tijd dachten de Duitsers dat de kustverdediging ook nog een belangrijke rol kon spelen bij een mogelijke invasie van Engeland. De kustbatterijen zouden dan namelijk de Duitse invasievloot kunnen beschermen. Maar de invasie gaat uiteindelijk niet door omdat Duitsland de luchtoorlog boven Engeland verliest.

Vanaf 1941 plaatste de Duitse landmacht open artilleriestellingen tussen deze kustbatterijen, waardoor het idee van een ononderbroken linie al enigzins ontstond.

Nadat de aanval op de Sovjet-Unie van 22 juni 1941 eind 1941 vlak voor Moskou blijft steken, zag Hitler zich geconfronteerd met een mogelijke tweefrontenoorlog. Aan de ene kant dreigde een Engelse invasie en aan het Oostfront een Russische tegenaanval. Voor beide fronten had hij niet genoeg mensen en materieel.

Op 14 december 1941 besloot Hitler daarom tot de bouw van de ‘Neue Westwall’. Daarmee wilde hij de bestaande verdedigingswerken uitbreiden tot een gesloten verdedigingslinie die liep van de Noordelijke IJszee tot de Golf van Biskaje. Door de West-Europese kust met een kustverdedigingslinie af te grendelen, zo was Hitlers idee, kon hij de soldaten vrijmaken die hij zo hard nodig had aan het Russische front.

De bouw van de Atlantikwall

De bouw schoot niet erg op en Hitler vond bovendien dat open stellingen te kwetsbaar waren voor luchtaanvallen, en beter in bomvrije bunkers met een muurdikte van minimaal twee meter gewapend beton konden worden ondergebracht. Dit werd Ständiger Ausbau (St) genoemd. Op 25 augustus 1942 komt vervolgens het bevel van generaal-veldmaarschalk Gerd Von Rundstedt, destijds opperbevelhebber van alle Duitse troepen aan het Westelijk front, om de West-Europese kust tot een onneembare vesting te maken. Dit bevel nummer 14 betekent eigenlijk de geboorte van de Atlantikwall.

op 1 mei 1943 zouden er 15.000 zware bunkers gebouwd moeten zijn aan de Nederlandse, Belgische en Franse kust. Maar door gebrek aan arbeidskrachten, bouwmaterialen en brandstof waren er op de einddatum slechts 6000 bunkers opgeleverd. Daarvan stonden er 510 in Nederland, in plaats van de geplande 2000.

Daarom benoemde Hitler in 1943 veldmaarschalk Erwin Rommel tot inspecteur van de Atlantikwall. Hij vond dat de aanvallers bij een invasie al op zee vernietigd moesten worden en dat in het uiterste geval het beslissende gevecht op het strand zou plaatsvinden. Begin 1944 liet Rommel daarom allerlei versperringen in de vloedlijn plaatsen en grote aantallen schuin ingegraven palen, verbonden met staaldraden en voorzien van mijnen, de zogenaamde Rommel-asperges. Daarnaast versterkte hij de verdediging aan de landzijde door laaggelegen gebieden onder water te zetten en mijnenvelden, aarden wallen, loopgraven, tankgrachten en andere hindernissen aan te leggen. Zo is er tot vrijwel het eind van de oorlog gebouwd aan de Atlantikwall, ook al was toen allang duidelijk dat doorgaan geen enkele zin meer had. De Atlantikwall heeft een lengte van in totaal 6.200 kilometer. Dat is inclusief de kustlijn van de Engelse Kanaaleilanden die Hitler in 1940 veroverde.

Uiteindelijk zijn die 2000 verdedigingswerken er dus toch gekomen, samen met tienduizenden andere lichte bunkers en gemetselde bouwwerken. Bovendien werd de landzijde van onze kust uit angst voor luchtlandingen en tangbewegingen ook nog eens versterkt met tankgrachten, tankmuren en andere hindernissen.

De Atlantikwall in Nederland

In Nederland heeft de aanleg van de Atlantikwall ingrijpende gevolgen gehad voor de bewoners van de kuststreek. Grote delen werden tot spergebied (afgesloten gebied) verklaard en 300.000 mensen werden gedwongen geëvacueerd. Alleen al in Den Haag moesten 150.000 mensen hun woning verlaten en elders onderdak vinden, vaak ver buiten de eigen woonplaats of provincie. Velen van hen keerden na de oorlog niet meer terug naar hun woonplaats. Begin 1944 zetten de Duitsers grote delen van Zeeland onder water wat leidde tot de evacuatie van 60.000 Zeeuwen. Bovendien zijn er voor de aanleg van verdedigingswerken zoals tankgrachten en het verkrijgen van vrij schootsveld bijna 10.000 woningen en gebouwen in de kuststreek gesloopt.